over mijn gedichten [ 3 ]

 

En natuurlijk ook weer schrijven. Bij alles wat zich voordoet, taalt je hoofd naar woorden. Of dit nu vanuit het nieuws dichtbij komt, of door het treinraam (dat natuurlijk altijd weer net gewassen is). Door relaties op afstand, in ruimte, in tijd, of hier en nu, face to face.
Je wilt joúw draai eraan geven. Èn raakvlakken vinden. Dus wat dat betreft speelt die ander bij het schrijven ook weer wel een rol?
Heb je voldóening van het schrijven?
Hoe zit het met je humor??

 

WINDMOLENS 

 

 De vrouwen in mijn leven
zijn elkaar vertrouwder
dan ik elk van hen wezen kan.

 Ik ben hun Don Quichotte
het druktemakertje.

 Hun glimlach van verstand-
houding zegt laat hem maar
hij doet geen kwaad.

 In haar zacht strelende wieken
kom ik eindelijk
tot rust en val in slaap, hoor
in mijn droom het paard snuiven
dat Sancho Panza zadelde,
ontwaak, sta op en grijp de lans

 rij even later in galop, doorboor
zeepbellen om mijn hoofd.

 

——

STILTECOUPÉ  (een railroadmovie )

 

 Het sein staat rood.
In het weiland de boer in groene
overall, druk beide armen zwaaiend
rent hij van rechts naar links en omgekeerd.

 Hij lijkt te blaffen. Of schreeuwt hij, in paniek?
Treinreizigers kijken op van hun tablet.

 De schapen drentelen onrustig
heen en weer.

 Dan doet eentje een onverhoedse
uitval over de linker flank.
Twee honden blijken feest te vieren.

 Achter de sloot
het machteloze baasje.

 De trein zet zich in beweging.

 De boer zwaait wilder, schreeuwt harder.
De passagiers blijven nog even kijken.

 Niemand trekt aan de noodrem.

 

 [ wordt vervolgd ]

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *